Monday, January 29, 2007

Wanneer ik door het raam kijk, zie ik weer enkel die duisternis. De naam is verdwenen, de naam staat er wel nog steeds geschreven. Maar het is geen naam meer, het is een persoon. Het is een meisje, een vrouw,met een deken over haar heen getrokken. Een meisje, een vrouw, dat zelf perfect past in deze wereld vol rariteiten, want ik vind haar niet raar. 

De naam is geen duisternis meer, ook het mysterie rond haar naam klaart stillaan op. Hoewel het misschien onlogisch lijkt, maakt haar naam plaats voor intriges. Buitende spaanse en engelse studies, een voorliefde voor Nelly furtado en wafels met melk blijft de vrouw met de naam nog wat onbekend. Al doet ze wel iets met de graaf.

Ze is de eerste die de graaf daadwerkelijk onder druk wil zetten, chantege, noemt men dat dan. Zover ik kan merken is ze goedlachs, maar iemand die instaat is tot chantage? Welk donker kantje zit er achter de naam,achter het meisje met die naam. Zo gaf ze geen antwoord op de vraag Dolly of The stripes? Al kreeg ik wel een antwoord dat ik aangenaam vond.

Neen, de naam is geen mysterie meer. Ook het mysterie achter de persoon met die naam klaart langzaam op. In de donker laat ze een pad achter vol intriges, die ik tracht te volgen. Al heeft ze me al zitten chanteren, misschien is ze dan toch “pure evil?”. Hoewel, ik ken haar vriendin en die? Die kan dat soms ook eens zijn, maar lein is meestal  fijn.  

Posted by Graaf Stultus at 23:50:20 | Permalink | Comments (3)

Sunday, January 28, 2007

De studente Engels

Ze betrapt me, zoals zovelen

Maar deze keer op ander ijs, een ander vlak

een andere taal, een taal anders dan anders

ze is studente engels en ze stelt me de vraag

wanneer de bende van de kunst aanwezig zal zijn in de stad van de studenten?

De graaf zucht, krabt door het haar

3 februari, de romaanse poort en vleugel f? 

Vanaf 13 of 14u, als dat niet mooi is?  

Posted by Graaf Stultus at 12:44:32 | Permalink | Comments (4)

Saturday, January 27, 2007

mystery name

Door het raam komt enkel een duistere winteravond. De graaf zucht, zet zich in de zetel en krabt eens door de haren. Een zorgelijke zucht weerklinkt uit zijn mond. Hij schuift wat ongemakkelijk in zijn stoel terwijl hij de tekst nog eens herneemt. Na het lezen kijkt hij nog eens door het naam. De nacht is duister, net zoals de schim die haar naam achterlaat. Een vaag beeld, geen echt gezicht. Een illusie, misschien wat fantasie, wat wilde gokken. Wederop een diepe zucht, het gekrab in de haren.

Een naam die letters achterlaat over de kunst, over een bende van de kunst. De bende waar de graaf een zwak voor heeft. De letters van haar naam zijn echter wit, met een donkere schaduw. Wit zoals de maan, donker als de nacht, donker als de schim van een persoon. Al krijgen de kletters al wat kleur door haar kennis over de bende van de kunst.

Een raadsel, zo noemt de graaf haar, noch beeld noch geluid is er bij te plaatsen. Enkele vagen letters, wit zoals de maan op een donkere achtergrond, zoals de nacht. Een zesletter woord, het is een naam van een onbekend persoon. “Ik ga het zeggen, Walter” zou niet uit de graaf zijn mond klinken. Aangezien de persoon onbekend is, enkel haar naam spookt rond in het achterhoofd.

 

Posted by Graaf Stultus at 22:10:27 | Permalink | Comments (1) »

Sunday, January 14, 2007

Een brief naar Oma

Met vier kropen we bij jou in bed. We hadden op de klok zitten kijken tot het zo laat was dat we uit ons bed mochten. Dan kropen we uit ons bed, liepen we door de kamer de gang op. Met veel gejoel en enthousiasme kropen we op het bed waarin je lag te slapen. Beneden was er al leven, opa die van de bakker kwam en callix die mee liep. Ondertussen kropen wij mee in bed, wat we daar deden? Dat weet ik niet goed meer, praten, lachen, plezier maken.

De laatste tijd, zat ik veel aan je bed. Het was niet noodzakelijk jou bed maar toch. Je bleef er veel in liggen, slapen, wakker worden en weer opstaan. Wij bleven zitten en bleven praten. We waren daarom niet met vier, meestal met twee. Elke keer weer zaten we naast jou, jij in de zetel of in bed. Dat laatste jaar, dat was het zwaarste jaar. Maar eigenlijk, de zotte jaren zijn er altijd geweest hé. Hoevaak heb je niet zitten lachen? Hoevaak heb je wel niet zitten vertellen en zitten lachen. Met papa, mama, mij, robin. Koen of kaat, nicolai… Wie dan ook je had altijd wel iets te vertellen en je kon altijd lachen.

Zelfs dingen dat ik vergeten was, wist jij me te vertellen. Vroeger stond je elke vrijdag aan de poort dan konden we mee tot bij jou thuis! We aten frietjes met wat we maar ook wilde. In de vakantie, dan trokken we naar Leuven of de zee. Bus trein tram, niets was te veel. We lachte en maakte plezier en af en toe kwam dat bed terug. Elke keer in de winkel kregen we iets kleins, al moesten we dan wel braaf zijn. Maar echt boos? Dat kon je nooit op ons zijn. Neen, daarvoor hield je veel te veel van het lachen denk ik. Je kon eens goed duidelijk maken dat we toch maar goed konden klungelen. Net zoals de mama of de papa, we hadden het van geen vreemde. Maar dan begon je toch weer te lachen.

Maar het was niet alleen met ons, de kinderen of opa. Zelfs met je eigen kon je goed lachen. De keren dat je met de brommer viel en iets brak. Of wanneer je de frituurketel weer eens op het vuur had gezet waardoor hij begon te smelten. Of hoe je de kinderen eens op stang kon jagen. Hoe je peter keer op keer deed verschieten wanneer je iets voor had. Wanneer je met kerst van de tafel viel. Een ongelukje met de brommer, weeral. Al kon je er zelf steeds mee lachen. Keer op keer begon je opnieuw wat dan ook.

Je gaf niet op, geen ene keer. Niet naast het bed van Peter, niet met de brommer, met niets. Zelfs nu heb je lang en stevig gevochten. Toch moest je deze keer opgeven, maar je bent toch de winnaar. Je hebt zelf gekozen voor het moment, je wist zeker dat iedereen kon lachen. Elk kind, elk kleinkind had zijn pad waarop hij met een lach kon vertrekken. En zelf heb je nu ook jou pad gekozen. De weg van Peter, de weg van Callix. De weg die je nu laat rusten en van al de pijn ontziet.

 

Posted by Graaf Stultus at 01:44:53 | Permalink | Comments (1) »

Friday, January 5, 2007

Auti

Ik kijk hem in de ogen, ik voel niets. Hij kijkt me echter wel aan, dat weet ik. Maar er is niets, zo lijkt het toch. Hij lacht, maar zonder het te menen. Althans, dat denk ik te denken dat hij het niet meent. Het is tijd om te spelen, hij maakt er een spelletje van. Ergens zou ik hem gewoon willen vastpakken. Eens goed door mekaar schudden in de hoop dat het stopt. Maar dat mag niet, het kan niet en dat wil ik ook niet. Hij daagt me uit, het maakt me gek maar de enige opgaven die je hebt is het te negeren. Wat hij is? Zichzelf, niet meer of niet minder dan zichzelf. Al is hij er steeds niet even gelukkig om denk ik. Maar ergens ben ik dankbaar, hoe gek het ook klinkt. Waarom ik net dankbaar ben, dat weet ik niet maar het is gewoon zo. Misschien maakt hij me wel harder. Door mijn geduld zo op de proef te stellen. Doch weet ik dat het niet altijd zo is. Dat staat vast, hij blijft me verbazen.

Hoewel de term “irritant” soms in me opkomt heb je ook die andere term “vertederend”. Hoe gek dat ook mag klinken, soms kan een mens je enorm irriteren. Al blijft verwondering en verbazing steeds dichter bij. Wanneer hij mijn hand vastpakt, me aankijkt en vraagt om eens rond te gaan kijken. Iets wat hij totaal onverwacht doet, maar hij meent het wel. Hij wil met mij een rondje wandelen en hier en daar even stoppen. Zonder het te weten zorgt hij voor verbazing in me. We gaan rondkijken en hij stelt vragen waarop ik moet antwoorden. Zodra we de ronde hebben gemaakt blijft hij bij me. Tot hij even later weer verdwijnt. Ik heb iets gezegd waardoor hij verdween. Het duurt even voor hij weer bij mij staat. Op de vraag waar hij heen was geeft hij een kort antwoord. Ik ben verbaasd dat hij er aan dacht. Ik weet zelfs niet hoe dat hij wist dat hij dat vergeten was. Zelf ik wist het niet. Zijn boekentas staat nu waar ze moet staan. Dat is oké voor hem.

Maar wanneer ik hem dan even in de ogen aankijk voel ik weer iets. Hij lacht, maar hij lacht anders. Hij is “terug” of ik ben “terug”. Tot wanneer? Zou het lang duren dat hij “terug” is. Want het was voordien al even geleden. Al is hij niet de enige dat mij zo kan verbazen. Ze zullen me meermaals doen verbazen. Al hebben ze er ook wel spijt van. Van haar weet ik toch dat ze spijt had. Maar het is hun fout niet, denk ik.

Posted by Graaf Stultus at 01:36:27 | Permalink | No Comments »