Thursday, July 27, 2006

De Graaf & De Mens

Tel jij ze? Tel jij al de wagens op de weg die je huis voorbij stormen? Tel jij al de mensen in de wagon waar jij inzit wanneer je de trein neemt? Of tel je soms de mensen aan de kassa wanneer je in de winkel staat. In je handen heb je de groenten en het vlees voor het avondeten. Voor vier, want met zoveel ben je misschien thuis? Vier plus één, de vrouw die je bedient aan de kassa tel je er ook bij. Want je telt al de mensen die je tegenkomt. Maar eigenlijk, tel je ze wel? Zie je niet al de mensen die je voorbij stapt? De vrouw die met haar baby in de wagen stapt. De man die de parking opfietst en even later zie je hem al aan de kassa staan. Hij heeft een bakbier vast om… Ja, om wat te doen? Die avond naar die voetbalmatch te gaan kijken? Samen met een paar vrienden of misschien alleen? Of die baby, neem nu die baby daar in de buggy.Hij ligt daar, jij staat daar maar hij staart je wel heel de tijd aan. Zijn blik blijft gefocust en je wordt wat onzeker. Heb je iets op je shirt? Misschien is die wel vuil en weet je het gewoon niet? Maar waarom zou die baby dan kijken? Wat kan hem dat nu schelen? Het is tenslotte “maar” een baby. De baby dat vanavond vast en zeker vanavond nog zal huilen om een nieuwe pamper.

Dagelijks zie je zoveel mensen wanneer je over de straat loopt. Je denkt iedereen te zien maar eigenlijk loop je zoveel mensen voorbij. En je ziet ook maar enkel het geen je wil zien. Of vergist de graaf zich daar in? Zie jij echt alles wat er rondom je gebeurt. Zie je dat koppel op de bank aan het park? Ze praten wel,maar je verstaat geen woord van wat ze zeggen. Of zie je die man die net in de wagen stapt? Oké, je ziet ze misschien maar je ziet enkel het oppervlakkige. Waar zit die man misschien mee? Of de moeder die net de straat over loopt, ze lacht. Maar is ze daarom ook vrolijk? Misschien is het maar alsof of toch niet? Misschien is ze ook vrolijk om het geen wat haar kindje doet. Maar heeft ze zorgen over dat andere kind? We zien zoveel dingen op een dag. Allemaal maar oppervlakkig en in een flits. Het is alsof je aan de kant staat van dat grote circus. Zoals de graaf, zelf heb ik er ook al eens gestaan. Le tour de france, het grootste circus dat je jezelf maar kan bedenken. In een flits, enkele seconden niet meer zie je ze passeren. Ze zijn met meer dan honderd maar zie je ze ook? Neen toch? Je ziet de flits je ziet de honderd broekjes en truitjes. De tweehonderd wielen en de honderd fietsen maar allemaal in een snelle flits. Eén keer slaagde ik er in om hém te herkennen. Hém, Tom Boonen, sprong er uit. Toeval, dat ik hem herkende. Paar jaar later zou ik hem weer zien maar dan aan de streep. Ik kon hem langer zien en ik bleef kijken want voor een keer zag ik niet het oppervlakkige wat je anders zou zien. Ik zag het geluk dat hij had en plezier in zijn ogen.

Maar toch, je ziet maar zelden de dingen die er echt gebeuren. Of je weet toch nooit wat er verscholen zit achter de mensen. Zoals dat meisje op de trappen, dat huilt. Eigenlijk zit ze er naakt, naakt in haar verdriet. OP dat moment is ze kwetsbaar en kan iedereen haar zo raken. Eén simpel woord zou genoeg zijn om haar verder die put in te duwen. De put van het verdriet dat ze dan heeft. Tientallen tot honderden mensen zullen haar dan voorbijlopen. Er zullen mensen kijken en sommigen zullen spreken. Niet tot haar maar tot de persoon die het ook ziet. Een paar woorden van medelijden tot zelfs verwijten maar niemand dat haar aanspreekt. Waarom we dat doen? Dat weten we zelf niet, vermoed ik. Maar soms kunnen de woorden helpen.

De woorden tot die persoon en om even te luisteren. Om even niet meteen een mening te geven over iemand. Niet meteen die kader rond de nek te hangen met daaronder een naamplakje van een groep. Hoeveel mensen zouden er niet geholpen zijn als er iemand maar even vraagt of het gaat? Of wanneer mensen gewoon even luisteren? Als je soms luistert of interessen toont ken je een mens plots veel beter. Ze kleden zich ergens uit. Laten zien wat ze denken of voelen of vertellen over hun verdriet. De tranen komen in hun ogen wanneer ze vertellen hoe hun grootvader overleed op zijn 101. Hoe de smeerlap die hem overreed nog steeds vrij is. Een levensverhaal op een plek waar zoveel mensen komen te staan. Je hoeft enkel te luisteren en even te praten. Ze zeggen misschien geen dank je maar toch, ze zijn je dankbaar. Je luisterde, al ben je een vreemdeling. De stempel die je dan krijgt zal anders zijn dan de eerste stempel. Wedden dat de tweede stempel beter is als de eerste?

Mensen lopen wel rond en kijken wel, maar soms sluiten ze hun ogen te snel. Of doen ze alsof het geen wat ze zien niet te zien. Soms omdat het wel moet. Soms omdat het niet anders kan maar soms uit angst of omdat ze er geen aandacht aan willen geven. Ookal kan het soms te snel gaan. Maar wat is goed en wat is fout? Sommigen sterven omdat ze reageren. Sommigen sterven omdat niemand reageerd. Zoveel mensen in de wereld, zoveel verhalen. We kennen eigenlijk maar bitter weinig mensen. Of toch hun verhalen, we lopen door een massa en die massa ziet soms te weinig. Of we willen te weinig zien. Eigenlijk zijn mensen gewoon raar. De wereld zit vol rariteiten….

Maar ik ben blij met de mensen rondom mij…

 

Posted by Graaf Stultus at 22:22:15 | Permalink | Comments (6)

Monday, July 17, 2006

A little Story

Er was eens een duif die van zijn baasje de naam Pieter had gekregen. Daardoor noemde hij Pieter Postduif. Wat Pieter Postduif zo specicaal maakte was dat hij mocht werken voor de koning. Maar op een dag werd de koets van de koning overvallen en werd iedereen gevangen genomen. Buiten Pieter, die was weggevlogen en zocht zolang hij kon naar de koning. Hij zocht en zocht in het land van Koning Snuffels.

Op een dag vond Pieter Postduif dan toch een plek waar hij kon rusten nadat hij zoveel had gevlogen. Vanuit de lucht waar hij torenhoog vloog daalde hij naar benden. Op het plein waar Circus Amatorian stond. Hij fladderde en hoeste wanneer hij probeerde te landen voor de kooien van de dieren. “Wie ben jij!?” tierde Brommus de kleine pluizige beer angstig vanuit zijn kooi. Pieter draaide zich om en keek verschrikt naar dat grote dier voor hem. “Ik ben Pieter, Pieter Postduif, ik werk voor de koning! Maar ik ben hem verloren…” Hij snikte en keek met tranen in de ogen naar Brommus. Brommus viel op zijn poep van het verschieten. Hij wist helemaal niet dat de koning weg was. Brommus stak zijn poot door de tralies riep Pieter. Vrolijk sprong Pieter op Brommus zijn poot die lekker zacht aan voelde. “Ik denk dat ik weet waar hij is!” zei Brommus stil. “Ja?” vroeg Pieter ongelovig. Brommus knikte en streelde over Pieter zijn hoofd. “Vroeger, toen ik klein was, maar nog veel kleiner als nu ben ik ook ontvoerd.” Zei brommus een beetje triest. “Ik woonde toen nog in het grote bos, niet ver van de stad. Toen ik naar huis moest voor het eten werd ik tegengehouden door Lucje, Lucje de vos.” Pieter keek Brommus aan en zag hoe hij steeds triester begon te kijken.

“Hij had me verteld dat hij wist waar dat er goede koekjes te vinden waren. Honingkoekjes” Brommus was dol op honingkoekjes, die at hij altijd voor hij ging slapen. Soms pakte hij stiekem een koekje weg van bij de grote trommel waar ze instaken. Dan werd zijn mama heel kwaad en moest hij  in de hoek gaan staan. Of kreeg hij zelfs een week geen koekjes meer! “Hij had me meegenomen en ik volgde hem! Tot hij stopte en ik in een val was gelopen. Nadat ik veel had liggen huilen viel ik inslaap en werd ik pas wakker als ik op de markt stond. Overal waren er grote mensen die ik niet kende! En één gaf de man die me gevangen had geld en dan nam die me mee naar een dierentuin. Maar omdat ik heel de tijd aan het huilen was moest hij me niet meer hebben. Dan gaf hij me aan Amatorian, hij was wel goed voor me en hij had wel koekjes! Nu ben ik wel blij dat ik hier zit.” Pieter voelde zich een beetje triest maar hij zag dat Briommus aan het lachen was. “Ik denk dat ik eens ga kijken naar die markt, mischien vind ik de koning ook wel daar.”

Pieter Postduif vloog het bos in en vloog zo snel hij kon naar de markt. En daar zat hij dan, de koning, in zijn blinkende botjes op de hoek van een tafel. Zijn lip was een pruillipje geworden en hij huilde. Pieter vloog tot bij hem en zat voor hem op de grond. De koning lachte plots en sprong op de grond. Pieter Postduif voelde hoe de koning in zijn nek kroop en zich stevig vasthield aan Pieters nek. “Breng me weer naar huis, pieter” zei de koning al lachend. Pieter begon weer te vliegen, zo hard hij kon. Eens thuis zat Pieter naast de koning, aan de tafel met voor hun een groot feestmaal. “Koning? Mag Bruttus hier ook komen wonen? U heeft toch een groot land waar hij kan in spelen. En zonder hem had ik u nooit gevonden.” Zogezegd, zo gedaan… De koning trok naar het circus en kocht Brommus van de man. Samen met al de andere dieren en de grote circus tent. ’s Avonds kwam hij in de tent zitten en begon hij verhalen te vertellen over wat hij allemaal gezien had in de grote mensen wereld. De dieren keken vol ongeloof naar hem en kropen dicht bij mekaar. Pas wanneer al de dieren sliepen stond de koning op en vanuit zijn bed hield hij de dieren in het oog. “Slaapwel” fluisterde hij en ze leefde nadien nog lang en gelukkig.

Posted by Graaf Stultus at 22:22:05 | Permalink | Comments (5)