Tuesday, June 27, 2006

Alice in Wonderland

Weet je nog? Die dag in het park, jij zat daar en zij zat op die bank. Ze roept je en je kijkt wat triest. Een kleine pruillip en een zielig blikje, een dat je door de jaren zal blijven onthiuden. Ze lacht, ookal kijk je bedroeft. Al ben je niet droevig, je was tot voor kort zelfs geel gelukkig! Je had je schupje een emmertje en wat nog? Zand, Bergen, hopen zand! Tussen je vingers, in je schoenen en op plaatsen waar eigenlijk totaal geen zand behoort te zijn. Ze staat op, komt naar je toe en neemt je vast. Trekt je wel zeker tien meter van de grond. Zo leek het toch, al had je geen besef van hoogte noch van de afstanden. Maar weet je nog hoe gelukkig je was? In die zandbak en even later aan het water? Het water dat absoluut niet speciaal was. Maar toch weer wel, want in dat water was er vanalles. Een brullende kikker al was het eigenlijk een prins. In het water zaten geen lelijke vissen, maar kleine zeemeerminnen samen met een vis met al de mogelijke angsten die er bestaan. Om de betweterige krab dan niet te vergeten. Het was zelfs toverwater, het maakte je vuile handen weer proper. Dus was het toverwater.

 

Thuis, daar was het normaal, meestal dan toch. Want achter die warme plek waar je zoveel al had geslapen. Je snoepjes had opgesmult en zelfs had staan huilen! Staan bulderen, stampvoetend op de grond en staan schreeuwen! Daar achter, achter dat droomhuisje dat zo groot leek te zijn was een tuin. Een tuin vol met beestjes. Om niet te vergeten die hele grote! Of ga je vertellen dat die er niet waren? Vergeet even dat lievenheersbeestje dat vriendelijk over je handje kroop. Maar denk verder, denk over die andere beestjes. Zoals dat grote beest, die boosaardige eekhoorn die maar al te boos naar je keek. Wanneer je daar dan van gaat lopen sta je plots weer verschrikt stil. Daar staat hij dan, dat grote monster! Kwijl druipt uit zijn mond, hij komt steeds dichter en dichter. Je loop twat terug maar denkt dan aan dat andere monster. Die boosaardige eekhoorn dat je zal vermoorden! Met huid en haar zal hij je opeten, tot het laatste vingerkootje! Dan mogen ze nog zo mager zijn, op is op. Voor je dat akelige monster van wel vijftig centimeter hoog, zelfs hoger! Die kwispellende staart die je vorige keer nog in het zand deed bijten. Een slag en daar lag je dan! Je tanden in het zand en een mond vol zand… Tranen over je wangen omdat het niet lekker is! Maar dan, dan komt die held weer. Of komen je helden, soms zijn ze wel met twee. Ze redden je van de monster en pakken je op. Hun armen lijken wel immense groot maar toch zijn ze vertrouwd. Geen angst, want ze zijn life voor je. Ze kennen jou al zolang je jezelf maar kan herinneren. Jij kent hun dan weer heel je leven, waardoor je hen zo vertouwt. Niet bepaald het perfecte huwelijk maar toch heel close. Hoewel? Is dat dan soms niet dat perfecte huwelijk? Ongewenst ben je er toch mee getrouwt? Met die twee grote mensen die je keer op keer komen redden? Van die monsters onder je bed die je gaan opeten. Het monster in het wc dat je mee in de riolen zal trekken. Het monster van Loch Ness dat plots in de tuin zal zitten! Om maar te zwijgen van die boosaardige eekhoorn daar in de tuin. Of dat ene beest dat steeds weer keer op keer naar binnen mag. En dat noemen ze dan “Loebas” of “Nero” of of ‘Samson”. Hoewel – tussen ons gezegd en gezwegen- die Samson wel hip is. Maar elke keer komen zij jou toch wel redden. Al zal je soms totaal niet begrijpen wat je verkeerd doet. Want wat is er nu mis met het kussen van een pad? Het word toch enkel een prins of prinses? Onder elk bed, in elke tuin zat wel een of ander monster.

 

Die WC, die is allang niet meer de uitdaging die hij ooit was. Koekiemonster leek ooit sympathiek en net zoals Samson bleek hij niet meer dan een pop te zijn. Sinterklaas was een man uit de winkel en had helemaal geen baard. Hoewel die zwarte piet nooit te vertrouwen was, die dag leek hij op een man, dan was hij een vrouw. Die dag had hij een snor en dan een baard. Alleen zijn naam bleef hetzelfde, Piet, maar ook dat sprookje bleef niet waar. Elk sprookje spatte een voor een uit mekaar. Die eekhoorn werd een boom, dat monster on het bed een kous. Al was het dan wel een kous die jij dan nooit zou kunnen dragen… Maar door al de jaren werd je steeds meer en meer volwassen. Ookal wil je het niet, of toch niet altijd. Maar toch blijven sommige dingen hetzelfde, die mensen die toen over je waakte doen dat nog steeds. Misschien soms niet zoals jij dat wil maar toch doen ze het. Anderen waken mee over je en zorgen er voor dat jij ooit op een dag hetzelfde kan doen voor het kindje dat jij zal groot brengen.

Als Graaf kijk ik toe, in mijn wereld van fantasie. De wereld, zonder fantasie die meestal toch wat grouwer is. Maar vooral naar andere mensen. Die ook door het leven wandelen met elk hun droom. Hun angsten en hun eigen fantasie. En als een Graaf mag hopen, van jou en jou en jij daar ook. Dan hoopt deze graaf dat alles wat nu gebeurt in deze wereld niet vergeten word. Maar dat we allemaal met veel fantasie en plezier door het leven gaan. Onze kindjes, ooit op een dag op je schoot, in je armen of aan je hand. We kennen al de geheimen, maar we vertellen hen niets. Het leven in de wereld van fantasie kan dan ook eens even voor ons. Zie hen lachen en lach mee en de graaf lacht ook mee. Maar de graaf, die leeft in de wereld van de fantasie en doolt. Hij doolt in sommoge hun fantasie en zal daar nog even blijven dolen. Tot de volgende? Gegroet

Posted by Graaf Stultus at 22:04:45 | Permalink | Comments (4)