De Luchtfietser
“Kan ik het even vertellen wat ik droom? Welke woorden mijn dromen bevatten? De gevoelens en de kleuren in mijn dromen. De geur, de smaak, het zweet en de warmte. Kan ik dat even vertellen? Terwijl u vol gratie op uw troon zit? Met enige nederigheid wacht ik dan tot u zegt dat ik mag. Vertellen over mijn dromen dat ik beleef. Des avonds wanneer u nog geniet van een laatste avondmaal. De rode wijn die in uw mond spoelt en vervolgens verdwijnt in het bloed van de adel. Kan ik dat even? Gewoon vertellen wat ik denk en droom, maar heel even.” Met deze woorden verlaat de luchtfietser de balzaal. Terwijl de koning zijn witte baard liefkoost. Een oorverdovende stilte klinkt en word door een schreeuw van het leed doorbroken.
De Graaf staat op, hij kent het verhaal van de luchtfietser maar al te goed. Hij slikt en neemt een slok van het water dat op de tafel staat. Zijn grijze hersenpan begint te kraken, te denken. Althans zo noemt men dat toch. Die passie van het staren is nog steeds een raadsel. Het mysterie van het dromen is geen raadsel. Dat is een hobby zonder een hobby te zijn. Maar een hobby dat je toch ook kan bezighouden. Wat zou die ander nu denken of dromen? Heeft hij diezelfde nachtmerries of dromen van verlangens? Wie zal het zeggen ik kan me echter als graaf enkel sommige dingen afvragen. Wat droomt hij of zij, wat is zijn ambitie. Maar dat zijn vragen die nooit een antwoord van absolute zekerheid krijgen. De twijfel streelt onze hersenen en zijn zweet aroma reist mee uit onze mond samen met onze woorden. Onzekerheid neemt de bovenhand en wanneer die zin ter oren komt… Dan weet de luisteraar niet goed wat denken. Geschreven woorden zijn daarom des te beter. Al zijn ze niet echt te vertrouwen, een misverstand gaat snel. De kleinste komma kan al een struikelblok zijn.
Dromen moeten daarom ook niet uitgelegd te worden. Ze dragen een persoonlijk mysterie mee. Het onbekende, haast zo duister als de dood. Niet vergeten maar toch ook niet echt helder, zo is een droom. Velen kunnen het niet vertellen en herinneren zich enkel de donker. De duisternis, voor het witte scherm aan springt. Voor de projectror van je hersens begint te draaien. De film in je hoofd op het binnenste van je ogen word geprojecteerd. Terwijl je hersens genietend van de rust naar de film beginnen te kijken. Hij onthoud moeizaam iets en zal pas bij een angstige film schreeuwen en tieren. Moord en brand van de daken roepen puur om jou wakker te krijgen. Puur om van die film te ontsnappen en in de hoop even daarna een nieuwe te zien. En zoals wel meer mensen hebben de hersens ook wel dat probleem. Het exact na vertellen van een film? Dat is onmogelijk… We kunnen samen met onze hersens maar de ergste scene’s onthouden. De gruwel proberen uit te drukken en voorzichtig hopen die scene niet te vlug weer te zien.
“I Have a dream”, een man die zijn droom nog wist, legendarisch werd maar helaas gestraft werd. Een droom mag uitgelegd worden, in stukken en beetjes. Maar wie de volledige droom uitspreekt, het raadsel doorbreekt. Die zal gestraft worden, de wil van de droom en de daad van het mysterie. Zo ziet de Graaf het, terwijl hij weer in zijn zetel gaat zitten. Genietend van een film waar hij soms even met halfgesloten ogen zit te kijken. Te kijken hoe die moord weer tot in details op het beeld word gesmeten. Het druipen van het bloed en het schreeuwen van het slachtoffer. Hopelijk slaap jij beter vannacht dan ik denk nu te slapen.
Slaapzacht?